SUIKER EN DE EURO
Analyse van 11 oktober 2005
De prijs van onze suiker is een essentiële component van onze inkomsten. In de toekomst zal die markt, zoals alle markten van grondstoffen, worden beheerst door de wet van vraag en aanbod en de psychologie van de actoren waaruit ze bestaat. Wij hebben een specialist gevraagd om u maandelijks op de hoogte te brengen op basis van zijn technische analyse. De markt van de suiker is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de koers van de euro ten opzichte van de dollar.
Olivier de Ducla begon zijn carrière in 1967 bij de Compagnie Continentale (granen) en gebruikte de methode van vraag en aanbod, aangezien hij ervan overtuigd was dat die de sleutel vormde voor de kennis van toekomstige prijzen. Om een lang verhaal kort te maken: hij kwam tot de conclusie dat het belangrijk is om inzicht te hebben in de psychologie van het moment binnen het geheel van operatoren dat men de “markt” noemt.
Een voorbeeld? Twee orkanen die aanzienlijke schade hebben aangericht, zijn er niet in geslaagd om Wall Street te doen vallen of te voorkomen dat de dollar steeg.
Er bestaat dus een marktstemming die een vertaling is van de onbewuste collectieve psychologie. Gebeurtenissen veranderen niets aan die dominante psychologie en als iedereen dezelfde mening is toegedaan, draait de markt. Die methode heet het principe van de “Elliott-golven”.
De euro tegenover de dollar
Men had niet veel over voor het vel van de euro in oktober 2000, toen men in het laagste geval 0,8228 dollar nodig had om een euro te kopen. De grafiek van de euro toonde echter het einde van een dalingsproces van vijf jaar, bestaande uit vijf dalingsgolven. Men kon dus tot het besluit zijn gekomen dat de daling van de euro tijdelijk ten einde was en dat een herstel van ten minste twee of drie jaar de euro weer zou doen stijgen.
In december 2005 geloofde iedereen dat de dollar veroordeeld was door de afgrond van het “dubbele tekort”, dat van het budget en dat van de buitenlandse handel. Helaas! Dat was precies het moment dat hij uitkoos om weer te beginnen stijgen en ondanks alle ongunstige factoren die een invloed hadden kunnen hebben, is hij sindsdien blijven stijgen. Een ander voorbeeld? De olie wordt beschouwd als een rem op de groei. Maar hoe verklaart men dan dat de beurzen al twee jaar lang stijgen?
In werkelijkheid was het hoe langer hoe moeilijker te begrijpen waarom de euro, een kunstmatig aggregaat van munten waarvan de economieën waaruit het is samengesteld, bijna allemaal (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje) een hoge werkloosheidsgraad hadden, met budgettaire tekorten en een kolossale schuld, opgewassen was tegen een dergelijke intrinsieke kracht.
Zoals voorzien in het jaar 2000, was de stijging van de euro slechts een correctie en zou de dalende koers zich hernemen om uiteindelijk op een lager niveau uit te komen dan dat van oktober 2000. De euro is dus aan een langdurige fase van daling begonnen.
De weg die de euro de komende weken zal afleggen, is in het groen weergegeven. Zoals de daling tussen 1995 en 2000 aanleiding heeft gegeven tot sprongen tegen de tendens in, kan men zich eraan verwachten dat de daling van de euro aanleiding zal geven tot aanzienlijke oplevingen.
In oktober 2000 was het mogelijk om het einde van de daling te voorzien en te voorspellen dat de stijging correctief zou zijn, wat ze ook geweest is. Maar het was niet mogelijk om te voorzien waar de euro zou stoppen, tenzij dan enkele weken voordat de markt uitkwam op 1,3666!
Het is nu zo goed als “geprogrammeerd” dat de euro gedurende enkele jaren zal dalen om een nieuw dieptepunt te bereiken en onder zijn vertrekpunt van oktober 2000, namelijk 0,8228, te noteren.
Conclusie: de technische analyse is een waardevol hulpmiddel voor de beoordeling van tendensen. Maar de ervaring leert dat er soms ook lange perioden zijn waarin de markten geen echte tendensen vertonen: de correctieve fasen. In dat geval biedt de technische analyse een voordeel, ze waarschuwt ons er immers voor dat de voorspelling heel moeilijk zal zijn en dat het niet het moment is om te veel geprononceerde posities in te nemen.
Dat is precies het geval met suiker.
Suiker
Suiker heeft grote schommelingen gekend. 75% daling tot 436 in mei 1999 en vervolgens prijzen die vermenigvuldigd werden met 2,6 tot 1140 in oktober 2000. Maar wat belangrijk is met het oog op de psychologische theorie van de markten (Elliott) is dat al die bewegingen zich in drie golven hebben voorgedaan: ABC. Het gaat dus om een situatie van globale besluiteloosheid op lange termijn, hoewel de bewegingen op het einde van het parcours vaak hevig zijn, zoals bijvoorbeeld de stijging die zich nu voordoet.
Sinds 527 bevindt de stijging zich immers in een fase van versnelling, wat kenmerkend is voor het einde van een beweging. Men mag dus niet te veel belang hechten aan alarmerende woorden. Het volstaat om achterom te kijken en te merken dat alle vorige pieken die op de grafiek voorkomen, gevolgd werden door dalingen die vaak zeer sterk waren. Wij denken dat de markt het moeilijk zal hebben om de zeer grote weerstand in de zone 1200/1250 te overwinnen.
Wij geloven dat het huidige scenario uiteindelijk wel eens uitzonderlijk dalend zou kunnen zijn, maar er is ook een ander scenario mogelijk, waarin de markt uiteindelijk bedaart tot een getemperde sinusoïde zonder nog lager te gaan.
Welk scenario de markt uiteindelijk ook zal kiezen, het is haast onvermijdelijk dat ze gevoelig zal terugvallen nadat ze een eind heeft gemaakt aan die dwangmatige stijging. Gewoonlijk gaan de prijzen weer naar het niveau van golf “4”, het vertrekpunt van de recentste stijging naar zone 800! Het is in die zone dat we de markt verwachten bij de volgende belangrijke beweging.
Conclusie: suiker zou in dezelfde zin moeten doorgaan, maar het belangrijkste deel van de stijging is al achter de rug en we kunnen ons verwachten aan een omkering van de markt. Wij trachten dus na te gaan welk scenario het meest waarschijnlijk is: een onmiddellijke daling naar nieuwe dieptepunten of de hierboven vermelde getemperde sinusoïdale stilstand, gevolgd door een sterke opleving van de koersen. Wij mogen niet vergeten dat suiker nooit helemaal hersteld is van de daling van 1973/1974, die vertrekkend van historische pieken tot een knock-out heeft geleid. Sindsdien bevindt suiker zich in een toestand van zwakte en corrigeert het product de uitzonderlijke stijging die het heeft gekend. Die correctie is misschien nog niet ten einde.
De volgende analyse zal gewijd zijn aan meer nabije perspectieven, wekelijkse of dagelijkse, met invalidatiedrempels die dichter bij de markt liggen.
Olivier de Ducla
www.duclainternational.com