De actieve onweersbuien die vanaf dinsdagnamiddag vanuit België over Nederland zijn getrokken, kenmerkten zich door een groot aantal bliksemontladingen (in 5 minuten ruim 1.000 in een gebied van 50 km²), plaatselijk zeer hevige windstoten (tot 119 km/h), veel neerslag (tot 100 mm/m²) en hagel (tot 3 cm diameter).
HET WEER OP 28 JUNI 2011
Zowel het Nederlandse KNMI als het Belgische KMI waarschuwden voor gevaarlijk tot extreem gevaarlijk weer. Onderstaande KNMI-kaarten maken snel duidelijk dat vooral gebieden in de provincies Antwerpen en Noord-Brabant zwaar getroffen werden.
Kaart 1 (links) en 2 (rechts) tonen de maximaal gemeten windsnelheden en neerslaghoeveelheden gemeten op dinsdag 28 juni 2011 (bron: KNMI)
Wind
Kaart 1 toont de maximale windstoten in m/s die op 28 juni 2011 in Nederland zijn geregistreerd. Op het KNMI-station Eindhoven werd 32 m/s (115 km/uur) gemeten.
Ook in het Belgische Bevekom (nabij Leuven) werden snelheden van 119 km/uur geregistreerd. Deze snelheden stemmen overeen met windkracht 11 Bft tot 12 Bft (=zeer zware storm tot orkaan).
Beide meteorologische instituten wijzen er bovendien op dat het mogelijk is dat de genoteerde piekwaarden plaatselijk, door het zware onweer, overschreden werden. Zeer lokaal kan de windsnelheid tijdens een downburst dus nog hoger zijn opgelopen. Dat was volgens het KNMI waarschijnlijk het geval in de omgeving van Vught (’s-Hertogenbosch) waar de wind veel schade heeft aangericht (Foto 1: KNMI - Bart van Rooij). Tussen Waalwijk en Kaatsheuvel is kortdurend een kleine windhoos waargenomen.
Foto 1: Volgens de schaal van Beaufort staan windsnelheden van 117 km/uur en meer gelijk aan windhozen of orkanen. De schade aan gebouwen, bomen en gewassen is enorm (KNMI: Bart van Rooij)
Neerslag
De buien brachten lokaal in korte tijd veel neerslag. Op een aantal plaatsen viel in totaal meer dan 50 mm. Op het KNMI-station Herwijnen (tussen Gorinchem en Den Bosch) werd 100 mm gemeten. Daarvan viel 79 mm in minder dan 1 uur. Dit is een zeldzaam hoge neerslagsom die op een willekeurige plaats minder dan eens per 100 jaar voorkomt (=overschrijdingskans).
Zowel in Belgische provincies Limburg en Luik als in de Nederlandse provincie Zuid-Holland gingen een aantal onweders met hagel gepaard.
SYMPTOMEN IN HET VELD: ZOMERLEGERING EN GREEN-SNAPPING
Dergelijk weeralarm voorspelt niks goeds. Veel neerslag in korte tijd, gepaard met zeer hevige windstoten, doet in de getroffen gebieden lokaal maisvelden volledig plat gaan. Langs de brede as Leuven – ‘s Hertogenbosch wordt melding gemaakt van maispercelen met zomerlegering en green-snapping.
Bij zomerlegering kippen de planten met een moot grond om. Meestal is dat te wijten aan een combinatie van hevige windstoten gepaard met overvloedige neerslag vóór (waterverzadigde bovenlaag van de percelen) of tijdens het onweer.
De opbouw van het wortelsysteem (het aantal wortels en de ruimtelijke schikking van de wortels in de grond) is hierbij van belang. Zomerlegering kan in principe gedurende het hele groeiseizoen optreden.
Foto 2: KWS-selectieveld in het grensgebied Nederland-Duitsland. Klassieke zomerlegering na 20mm neerslag en hevige windstoten. (H.-J. Hegger, Tönisvorst, 3 juli 2009)
Dat er in een selectieveld met ruim 3.000 hybriden (Foto 2) - waarin de genetische variatie zeer groot is - na de gegeven weerscondities geen rasverschillen voor zomerlegering waarneembaar zijn, betekent dat de heersende weerscondities van dat moment zeer zeldzaam en van die grootte-orde waren dat alle bestaande commerciële en precommerciële rassen van alle veredelingsbedrijven in beproeving (KWS, Monsanto, Pioneer, LG, Syngenta, Euralis) nooit met dergelijke condities te maken hadden.
Dat betekent ook dat, daar waar zich in de praktijk weerscondities voordoen vergelijkbaar met die van Tönisvorst 2009, er ook geen enkel ras – in dat stadium - de kans had rechtop te blijven.
Green-snapping
De ervaring leert dat een maisgewas tijdens zijn strekkingsfase, dat is de periode tussen het begin van het schieten (6-7 blad) en de bloei, relatief gemakkelijk kan breken ter hoogte van een stengelknoop of net boven een stengelknoop. In dat geval wordt van 'green-snapping' gesproken (Foto 3).
Foto 3: Ernstige vorm van green-snapping tijdens de fase van het schieten (Dr. G. Zieger, KWS, Wesel 7 juli 2005)
De achterliggende reden voor dit verschijnsel ligt bij de nog jonge, delende cellen ter hoogte van die stengelknopen. Tijdens de strekkingsfase schuift de stengel ‘telescopisch’ uit. Dat begint bij de onderste knoop. Eerst vindt de celdeling plaats (=toename van het aantal cellen), vervolgens de celstrekking (=lengtegroei van de cel) en tot slot de celdifferentiatie (=de cel krijgt een specifieke functie toebedeeld). Voor cellen die een steungevende functie in de plant vervullen bestaat die laatste fase van differentiatie in een verhouting van de celwand.
Treden hevige rukwinden op tijdens de strekkingsfase, dan kan de plant breken (=snappen) ter hoogte van de op dat moment delende stengelknopen. Dat zijn de knopen en stengelleden die hun verhoutingsfase nog niet voltooid hebben.
*Vroeg in de strekkingsfase breekt de plant op, of net boven, een knoop aan de stengelvoet.
*Later breekt de plant op hoger gelegen knopen.
*Na de bloei treedt zoiets veel minder op, omdat dan alle stengelleden al verhout of in volle verhoutingsfase zijn.
De ernst waarmee het green-snapping verschijnsel voorkomt hangt dus sterk samen met het ontwikkelingsstadium van het gewas maar ook met de heersende windsnelheden. Vooral korte, hevige windstoten kunnen zeer ernstige schade veroorzaken.
Stormweer na de bloei kan ook nog legering veroorzaken. Dan knikken de maïsstengels zonder af te knappen. Dat gebeurt ter hoogte van één van de stengelleden onder de kolfinplanting als gevolg van het hefboomeffect van de aanwezige kolf.
HERSTELVERMOGEN VAN HET GEWAS
Zomerlegering:
Uit onderzoek is geweten dat opbrengstderving die gepaard gaat met zomerlegering vóór de bloei vrijwel nihil is. Is op het ogenblik van het onweer het gewas nog niet in het stadium van bloei, en de steunwortels nog niet gevormd, dan is de kans op herstel relatief groot. Hoe vroeger het verschijnsel optreedt, hoe groter dus de kans op vlug en volledig herstel. Dichter tegen de bloei aan, dat is bij grotere plantlengte, wordt herstel moeilijker. Bij silomais blijft er bij de oogst een relatief langere stoppel op het veld achter.
In juli 2009 had de mais zich in Tönisvorst vier dagen na het onweer weer opgericht. Van bovenaf zijn de rijen van het gewas weer duidelijk en strak te zien (Foto 5). Onderaan de stengelbasis zijn de 'wandelstokken' (Foto 4) de stille getuigen van het zomeronweer.
Foto 4: Snel oprichten van mais- Foto 5: Het herstelvermogen van het gewas. Beeld vanop stengels met wandelstokken dezelfde plaats als Foto 2, één week later (A. Lassche, KWS (A. Lassche, KWS 10 juli 2009) Tönisvorst 10 juli 2009)
Green-snapping
Breekt de stengel onder de kolfdragende knoop (+/- achste knoop) dan is kolfvorming uitgesloten en de plant verloren. Breekt de plant boven de kolfdragende knoop, dan zal in de regel een normale kolf gevormd worden (Foto 6).
Foto 6 links en Foto 7 rechts: Breekt bij green-snapping de plant op een knoop boven de kolfinplanting, dan is kolfvorming toch gegarandeerd (Foto 6). Soms is er herstel met vorming van een S-bocht in de stengel (Foto 7 rode pijlen). De groene stengels op Foto 7 (groene pijlen) zijn planten waarbij de stengels onder de kolfaanleg waren afgebroken
(R. Vandenborre, KWS, Wesel augustus 2005 en november 2005)
In het algemeen kan gesteld worden dat bij gangbare zaaidichtheden (9,5-10 zaden/m²) een verlies van 15% van de planten vóór de bloei (uitval door insectenschade, geringere opkomst bij natte en koele condities, gebruik van eco-zaad, green-snapping) in de regel sterk gecompenseerd wordt door de nog resterende planten. Dat is niet meer geval wanneer plantenverlies optreedt in de periode na de bloei en vóór de oogst (vb. fusarium).
CONCLUSIES
1. De schade aan maïsgewassen door het stormweer van 28 juni l.l. is plaatselijk enorm.
2. Er is een onderscheid te maken tussen zomerlegering en green-snapping.
3. Het ontwikkelingsstadium van het gewas is medebepalend voor de schade.
4. Gezien de grote spreiding in zaaidata, zal bij eventueel gelijkaardig weer de komende weken ook met gelijkaardige verschijnselen rekening te houden zijn.
5. Bij zomerlegering vóór de bloei is herstel te verwachten, vanaf de bloei is er blijvende schade.
6. Bij green-snapping onder de kolfdragende knoop is vanaf 15% getroffen planten met toenemend opbrengstverlies te rekenen gezien het toekomstige kolfverlies. Eerst vanaf 30% gebroken planten valt uit economische redenen een vervanggewas te overwegen.
7. Hou bij dergelijk besluit ook rekening met de verdraagzaamheid van het vervanggewas voor onkruidbestrijdingsmiddelen die in de mais werden toegepast.